Een veel gestelde vraag door bezitters van een Spider CS 1600 of een CS1 1800
(van 1973/1974/6-1975) of van een 2.0i (vanaf 1980):
"Als ik de contactsleutel omdraai, hoor ik direct een zoemend geluid achter in de auto
voordat ik de auto start."
Naar alle waarschijnlijkheid hoor je de brandstofpomp draaien. Dit is inderdaad niet de
bedoeling. De pomp mag bij een ingeschakelde ontsteking en niet-lopende motor NOOIT draaien.
In verband met de veiligheid bij bijvoorbeeld een aanrijding, heeft de fabrikant ervoor gezorgd
dat de pomp uitsluitend ingeschakeld wordt tijdens het starten en bij een lopende motor.
Bij de typen CS/CS1 (1973 1974 t/m juni 1975) werd in plaats van een mechanische pomp een
elektrische pomp gemonteerd naast de tank in de kofferruimte. De pomp wordt aangestuurd door een
oliedruksensor, die op zijn beurt een relais aanstuurt. Door ondeskundige reparaties is dit
relais en/of de sensor vaak kortgesloten, zodat de pomp direkt loopt als de sleutel op "kontakt"
staat.
Veel voorkomende veroorzakers, van dit prima te verhelpen probleem zijn:
een defecte zekering! Zit niet in de kast, maar is zg. zwevend erboven opgehangen.
een verkeerd gemonteerde alarm / startonderbreker
een defect relais / oliedruksensor (in de motorruimte)
een slechte stekkerverbindingen
Bij de typen met brandstofinspuiting (alle typen na 1980) ligt het allemaal wat moeilijker.
Hier wordt de pomp die onder de auto gemonteerd is, ter hoogte van de achterbank aan de linker
zijde, aangestuurd door de inspuitmodule. Deze krijgt twee signalen: een van de ontstekingsmodule
en een van de luchtmassameter.
Veel voorkomende veroorzakers zijn:
defecte luchtmassameter of het verkeerde type
een defect relais (onder dashboardkastje naast de inspuitmodule)
slechte stekkerverbindingen aan het relais. (zwart, met daaraan twee vierkante stekkerblokken)
een verkeerd gemonteerde alarm / startonderbreker.
Om alles weer te herstellen zoals de fabrikant het bedoeld had, zul je eerst de "by-pass" moeten
opsporen.
Een lastig klusje, let dus op draden die niet de juiste kleur hebben, blauwe of rode
stekkertjes, z.g. quick-locks (blauwe hoesjes die een draad bevestigen aan een bestaande draad
met het doel te "tappen"), plakband, kroonsteentjes en dergelijke.
Het lijkt mij overbodig nog te melden, dat kroonsteentjes en quick-locks niet in de auto thuis horen!
Versnellingsbak
Een veel gestelde vraag is of de versnellingsbak aan revisie toe is als na een lange snelwegrit
de bak hakerig schakelt en/of slecht synchroniseert.
Soms wel ja! Maar niet altijd . . .
Ervan uitgaande dat de lagers zich in redelijke tot goede staat bevinden en de bak zich
"koud" (bijvoorbeeld in de zomer als je wegrijdt) goed laat schakelen, is de kans groot dat er
een verkeerde olie in de versnellingsbak zit. Bij de latere typen vanaf 1979 is dit vaak
merkbaar doordat de 4e versnelling zich moeilijk laat schakelen.
De olie moet buiten de juiste viscositeit ook van de juiste kwaliteit zijn. Helaas weten
de meeste garagebedrijven hier te weinig van.
Indien je dit probleem hebt, kun je eerst eens beginnen de olie te (laten) verversen.
Bypass thermostaten
Als de motor onvoldoende op temperatuur komt, zoals bij veel Spiders het geval is, is
waarschijnlijk de thermostaat defect of, wat nog veel vaker voorkomt, is de thermostaat verkeerd
gemonteerd. Het gedeelte van de thermostaat dat gemonteerd is aan de onderste radiateurslang heeft
-als de thermostaat goed gemonteerd is- geen doorlopende vrije doorgang bij koude motor. Vrije
doorgang vindt pas plaats vanaf ± 87º Celsius ( ± 190º Fahrenheit ).
Het bewerkte gedeelte van de thermostaat is aan de waterpomp gemonteerd. Let op bij het ontluchten!
Onregelmatig stationair toerental
Vaak wordt een storing geweten aan het injectiesysteem, de carburateur of de ontsteking. Vraag je
bij een dergelijk probleem ook af, wanneer de kleppen voor het laatst (correct) zijn gesteld en hoe
de toestand is van de vacuum-slangen.
De distributieriem
Elke 60.000 km, 37.500 mijl of eIke 7 jaar (bij minder gereden kilometers) moet de distributieriem
vernieuwd worden. De distributieriem mag tussentijds nooit gespannen worden en bij demontage, ook al
is dat al na 500 kilometer, moet deze opnieuw vervangen worden. Als je de distributieriem vervangt,
ben je mooi in de gelegenheid ook de olie-keerringen te vernieuwen en de waterpomp te controleren of -
wanneer nodig- deze altijd te vervangen door een originele.
Ververs gelijktijdig de koelvloeistof en vernieuw de spanrol. Indien er een bout in plaats van een
moer op de krukas-poelie gemonteerd is, wees er dan op verdacht dat deze bout een linkse draad heeft.
Denk aan de juiste aanhaalmomenten.
Hieronder: een uiterst zeldzame handleiding voor het monteren van de Fiat 124 Spider hardtop.
Klik op de afbeeldingen voor een grotere weergave.

Roest
Indien je Spider nog voorzien is van de eerste voorruit of alles nog perfect in orde is, zorg dan dat
dit zo blijft. Behandel het frame van de voorruit met vet, dinitrol of wax aan de binnenzijde. Een
mooie plaats om een gaatje te boren, is -bijvoorbeeld- onder de lijsthouder van de deurrubbers. Als je
deze verwijdert, dan kun je (achteraf) onzichtbaar een gaatje boren en het frame van binnen volspuiten.
Bij series vanaf 1982 kun je de bovenzijde achterwege laten: deze zit namelijk al vol met kit. Bij
oudere series kun je een gaatje boren achter de spiegelsteun. Boor vooral heel voorzichtig om je
voorruit heel te houden!
Radiateur
Wanneer je de radiateur vervangt of demonteert, let er dan op dat deze weer correct gemonteerd wordt.
De radiateur is als het ware 'zwevend' opgehangen: aan de onderzijde in een steun met daarop een kunststof
of rubberen houder en aan de bovenzijde op twee M6 tapeinden. Vaak ontbreekt hier de rubberen thule en
de stalen bus in de radiateur. Deze zijn van belang om beschadiging van de radiateur door torsie van
de carrosserie te voorkomen.
Als je toch hier bezig bent, controleer of het pijpje waarop de slang
naar het expansievat gemonteerd is, op verstoppingen. Controleer de radiateurdop met name op scheuren
in het rubber. En controleer tevens of de dop van het juiste type is: 0,5 of 0,8 bar.
Elektriciteit
Kroonsteentjes en zogenaamde "quicklocks' horen niet thuis in de installatie van je Spider!
Monteer alles bij voorkeur met originele stekkerverbindingen en sluit het geheel af met blanke lak
of vaseline om oxidatie te voorkomen. Controleer tegelijkertijd zorgvuldig de massa-verbindingen.
Deze sleuteltips worden regelmatig aangevuld met nieuwe, specifieke Fiat Spider adviezen.